Deel 49 bevat twee 12-ponders en verdere onderdelen van de kanonstalies voor het bovenste batterijdek (samen met de onderdelen van deel 48). Bovendien ontvangt u de bouwhandleiding voor de plaatsing van de roosters die u in deel 48 hebt geassembleerd. De kanonskogels van deel 43 en 46 worden ook benodigd.
Zet de 12-ponders in elkaar, schilder ze of laat ze onbeschilderd.
Plaatsen van de roosters op het bovenste batterijdek – Het middelste en het grootste rooster komen over de overeenkomstige openingen in het dek tussen de fokkenmast en de grote mast te liggen. De twee kleinere roosters worden achter de grote mast direct op de dekbeplanking gelijmd. Controleer dat alle roosters mooi gladgeschuurd zijn en dat er geen schuurstof is achtergebleven in de tussenruimten.
Verwijder met een zaag voorzichtig de dekbalken die dwars over de openingen in het dek tussen de fokkenmast en de grote mast lopen.
Lijm een van de twee kleine roosters dwars op het dek, op 60 mm achter het gat voor de grote mast. Controleer aan de hand van de beplanking of het rooster in het midden zit. Lijm het tweede kleine rooster ook dwars op het dek, maar nu op 10 mm afstand achter het gat voor de grote mast.
Het middelgrote en het grote rooster worden over de overeenkomstig grote openingen in het dek geplaatst. Let er in ieder geval op dat u ze in de juiste richting inzet – de rechthoekige opening voor de trap moet telkens naar voren liggen.
Nu kunt u naar wens het dek bestrijken met matte of zijdeglanslazuur.
Test in ieder geval het lazuur op een onopvallende, niet zichtbare plek om er zeker van te zijn dat het lazuur geen uitwerkingen op het breeuwsel van watervaste stift heeft. Deze zou kunnen uitlopen.
Kanonskogels – Vul de goten van het middelgrote en het grote rooster met transparante lak, lazuur of transparant opdrogende witte lijm. Daarna vult u de met de vorige nummers geleverde kanonskogels in de nog vochtige lak of lijm. Zodra de lak droog is, kunnen de kogels er niet meer uitvallen.
Voorbereiden van de kanonstalies – In het gedeelte van het bovenste batterijdek dat later zichtbaar is, worden tien 12-ponders geplaatst. Daarvoor hebt u de met de nummers 48 en 49 geleverde componenten voor de kanonstalies nodig. Een micro-schaar zoals onder de volgende link afgebeeld is een praktisch hulpmiddel bij het takelen: http://forum.model-space.co.uk/default.aspx?g=posts&t=1946
Voorbereiden van de kanons - Boor in totaal zes gaten in ieder kanon, drie aan elke kant van het affuit.
Gat A: Boor met een boortje van 0,7 mm loodrecht een gat helemaal door de zijwang.
Gat B: Boor met een boortje van 0,5 mm loodrecht een gat van 3 mm diep direct achter de achterste as.
Gat C: Boor een gat van 3 mm diep en 0,7 mm diameter horizontaal in de zijwang, iets onder het midden van het tweede trapje van achteren. In de bouwhandleiding is heel duidelijk aangegeven op welke plaats u dient te boren. Het is geen probleem als het boortje voor gat C door de zijwang heen de bodemplaat raakt.
De schachten van twee oogbouten op 3 mm inkorten en de oogbouten met houtlijm in gaten B inzetten. Let erop dat de ogen van de oogbouten in dezelfde richting wijzen als de kous op de schietbuis (in de lengterichting).
Test of de met de kanons geleverde spijkers goed in de gaten A passen. Als alternatief kunt u ook overgebleven spijkers van de beplanking gebruiken.
In ieder gat C dient u nu een takelblok te bevestigen. Daarvoor moet u eerst de blokken voorbereiden. Leg een lus van het garen van 0,15 mm in de groef om het blok en leg er een halve steek in. Let erop dat de knoop aan de kant van het blok ligt waar zich het gat bevindt. Borg de knoop met nog een halve steek. De knoop wordt nog steviger wanneer de twee halve steken in verschillende richtingen worden gelegd: de eerste rechts over links en de tweede andersom. Een dusdanige knoop wordt ook wel kruisknoop genoemd. Houd de uiteinden zo kort mogelijk – niet te kwistig met het garen zijn!
Drenk de knoop en beide uiteinden van het garen over een lengte van ca. 5 mm in verdunde witte lijm of secondelijm, en laat ze drogen. Zodra de lijm droog is, kort u een uiteinde af op 3 mm; knip het andere uiteinde vlak bij de knoop af.
Breng wat houtlijm aan op het uiteinde van 3 mm en steek het in gat C. Het blok dient naar voren te wijzen. Let erop dat u de lijm alleen op het uiteinde van het touw aanbrengt en niet op het blok. Het moet nog beweegbaar blijven. In totaal hebt u 20 van deze blokken nodig.
Hier wordt niet verder ingegaan op het maken van de kanonstuigage, omdat dit in de bouwhandleiding zeer uitvoerig wordt uitgelegd. Kort samengevat, u hebt 20 kanonstalies en tien broekingen voor tien kanons nodig.
Wees heel voorzichtig met het metalen draad; door zijn diameter en stijfheid is het vergelijkbaar met een injectienaald!
Aanslaan van de kanonstalies aan de romp – Voordat u de kanons uitrust met de kanonstuigage, moet u deze aan de binnenzijde van de romp bevestigen. De beschreven werkwijze voor het bevestigen is voor de tien kanons tussen spant 16 en spant 21 op het bovenste batterijdek telkens hetzelfde.
Boor een gat van 0,6 mm midden op het spant, halverwege de hoogte van de geschutpoort, in de dekknie naast de geschutpoort. Het gat moet voldoende diep zijn om de volledige lengte van de schacht van de oogbout op te kunnen nemen. Boor op dezelfde wijze gaten in de andere spanten waarnaast kanons worden opgesteld
Boor daarna een gat van 2 mm diep en een diameter van 0,6 mm aan de andere kant van de geschutpoort. Het gat moet ook halverwege de hoogte van de geschutpoort en 6 mm ernaast zitten. Neem de tip naast afbeelding 2 in acht om niet onbedoeld door de romp heen te boren!
Lijm de lange oogbout (met de broeking) met houtlijm of secondelijm in het gat in het spant. De ring met de broeking moet daarbij naar boven wijzen en het oog van de oogbout moet verticaal zitten.
Lijm de korte, 2 mm lange oogbouten (met de kanonstalie) met houtlijm of secondelijm in het gat in de romp. Ook hier dient het oog van de oogbout verticaal te zitten.
Dat was het dan voor deze week.
In deel 50 moeten de tien 12-ponders klaar zijn om te worden opgesteld.
Deel 50 bevat bovendien houten delen voor de bevestiging van de losse schietbuizen en de bouwonderdelen van de klokkenstoel. Verder legt de bouwhandleiding uit hoe u de kanons van de in deel 49 gemaakte kanonstakelage voorziet.
Een blog over grappen, grollen en serieuze zaken. Gestopte presentatrice's en het nieuws wat raakt wordt hier besproken. Natuurlijk de funny afkortingen niet vergeten. Natuurlijk ook een beschrijving van mijn bouw van Admiral Nelson HMS Victory.
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
dinsdag 3 december 2013
Het montagelogeboek HMS Victory 3 december 2012
Deel 50 bevat nog meer houten delen voor de bevestiging van de losse schietbuizen van het bovenste batterijdek en de bouwonderdelen van de klokkenstoel. Verder legt de bouwhandleiding uit hoe u de kanons van de in deel 49 gemaakte kanonstakelage voorziet. De houten latten van 2 x 2 mm en 3 x 3 mm, het dak van de klokkenstoel en de klok zorgvuldig bewaren, deze hebt u pas later nodig.
Montage van de langsbalken voor het bevestigen van de schietbuizen – Zoals al eerder bij de lagere dekken, bevestigt u korte stukken lat op de langsbalken, als houders voor de schietbuizen. Monteer deze onderdelen voordat u begint de kanons te voorzien van tuigage.
Schilder de drie latten van 4 x 9 mm elk aan één kant zwart. Beschilder de voorzijden en de bovenkanten niet.
Nadat de verf droog is, verdeelt u de latten in 16 stukken van 30 mm, twee van 25 cm en twee van 15 mm lengte. Zoals al eerder worden de stukjes met houtlijm op de langsbalken en achter de geschutpoorten bevestigd. Lijm de twee stukjes van 15 mm vast bij de boeg en die van 25 mm in het achterschip. Laat de lijm een hele nacht goed drogen.
De kanons optuigen – Behalve met de kanonstuigage worden de kanons met spijkers aan het dek bevestigd. De gaten A hiervoor hebt u in aflevering 49 al geboord. Zo wordt verzekerd dat de kanons goed vast blijven zitten, wanneer de romp bij latere werkzaamheden ondersteboven staat. Het is veel moeilijker om ze achteraf weer in te zetten, omdat dan te veel ingebouwde details de toegang tot dit deel van het schip bemoeilijken.
De stappen voor het takelen van de kanons laat ik hier achterwege, omdat ze in het magazine goed zijn beschreven. U dient echter op een paar punten te letten:
Voor het aanslaan van de kanonstalies probeert u of u de spijkers voor het borgen van de kanons op het dek kunt inzetten. Ze moeten stevig in de zijwangen van het affuit zitten. Mocht u de spijkers niet kunnen inzetten, dan boort u zonodig het gat een beetje uit. De takelstappen zijn voor alle kanons dezelfde.
Houd er rekening mee dat de takelblokken spanten of andere blokken kunnen raken. Dit is onvermijdelijk, omdat de blokken niet kleiner kunnen worden gemaakt.
In het magazine staat dat de mond van ieder kanon ongeveer 2 mm uit de geschutpoort moet steken. Later zal dit ook het geval zijn bij de schietbuizen.
Door de kanonstakels en broekingen na het bevestigen aan de kanons en de romp met secondelijm of verdunde witte lijm in te smeren, worden ze verstijfd, waardoor de miniatuurkanons nog vaster komen te zitten.
Boorgaten voor de schietbuizen – Na het opstellen en takelen van de tien kanons boort u de gaten in de langbalken waarin later de schietbuizen worden gestoken. De boorgaten moeten op dezelfde hoogte zitten als de uit de geschutpoorten stekende monden van de tien kanons die u in dit nummer hebt opgesteld.
Dat was het dan voor deze week!
Bij deel 51 ontvangt u het roerblad van het model, onderdelen voor de scharnieren en onderdelen voor een scheepslantaarn.
Als u de modelromp onder de waterlijn met koperen platen wilt bekleden, worden het roer en de romp pas later van vingerlingen en roerhaken voor het ophangen van het roerblad voorzien. Als u uw model niet van platen wilt voorzien, maar de natuurkleur van het hout wilt behouden of de romp koperkleurig wilt schilderen, kunt u het roer en de romp nu al van scharnieren voorzien.
Montage van de langsbalken voor het bevestigen van de schietbuizen – Zoals al eerder bij de lagere dekken, bevestigt u korte stukken lat op de langsbalken, als houders voor de schietbuizen. Monteer deze onderdelen voordat u begint de kanons te voorzien van tuigage.
Schilder de drie latten van 4 x 9 mm elk aan één kant zwart. Beschilder de voorzijden en de bovenkanten niet.
Nadat de verf droog is, verdeelt u de latten in 16 stukken van 30 mm, twee van 25 cm en twee van 15 mm lengte. Zoals al eerder worden de stukjes met houtlijm op de langsbalken en achter de geschutpoorten bevestigd. Lijm de twee stukjes van 15 mm vast bij de boeg en die van 25 mm in het achterschip. Laat de lijm een hele nacht goed drogen.
De kanons optuigen – Behalve met de kanonstuigage worden de kanons met spijkers aan het dek bevestigd. De gaten A hiervoor hebt u in aflevering 49 al geboord. Zo wordt verzekerd dat de kanons goed vast blijven zitten, wanneer de romp bij latere werkzaamheden ondersteboven staat. Het is veel moeilijker om ze achteraf weer in te zetten, omdat dan te veel ingebouwde details de toegang tot dit deel van het schip bemoeilijken.
De stappen voor het takelen van de kanons laat ik hier achterwege, omdat ze in het magazine goed zijn beschreven. U dient echter op een paar punten te letten:
Voor het aanslaan van de kanonstalies probeert u of u de spijkers voor het borgen van de kanons op het dek kunt inzetten. Ze moeten stevig in de zijwangen van het affuit zitten. Mocht u de spijkers niet kunnen inzetten, dan boort u zonodig het gat een beetje uit. De takelstappen zijn voor alle kanons dezelfde.
Houd er rekening mee dat de takelblokken spanten of andere blokken kunnen raken. Dit is onvermijdelijk, omdat de blokken niet kleiner kunnen worden gemaakt.
In het magazine staat dat de mond van ieder kanon ongeveer 2 mm uit de geschutpoort moet steken. Later zal dit ook het geval zijn bij de schietbuizen.
Door de kanonstakels en broekingen na het bevestigen aan de kanons en de romp met secondelijm of verdunde witte lijm in te smeren, worden ze verstijfd, waardoor de miniatuurkanons nog vaster komen te zitten.
Boorgaten voor de schietbuizen – Na het opstellen en takelen van de tien kanons boort u de gaten in de langbalken waarin later de schietbuizen worden gestoken. De boorgaten moeten op dezelfde hoogte zitten als de uit de geschutpoorten stekende monden van de tien kanons die u in dit nummer hebt opgesteld.
Dat was het dan voor deze week!
Bij deel 51 ontvangt u het roerblad van het model, onderdelen voor de scharnieren en onderdelen voor een scheepslantaarn.
Als u de modelromp onder de waterlijn met koperen platen wilt bekleden, worden het roer en de romp pas later van vingerlingen en roerhaken voor het ophangen van het roerblad voorzien. Als u uw model niet van platen wilt voorzien, maar de natuurkleur van het hout wilt behouden of de romp koperkleurig wilt schilderen, kunt u het roer en de romp nu al van scharnieren voorzien.
maandag 2 december 2013
Het montagelogeboek HMS Victory 2 december 2012
Deel 48 bevat twee 12-ponders en de onderdelen voor de kanonstalies op het bovenste batterijdek. Bovendien ontvangt u de bouwhandleiding voor het assembleren van de roosterelementen die u met deel 43, 46 en 47 hebt ontvangen. De houten latten van 2 x 2 mm zijn geleverd met deel 43, de latten van 2 x 4 mm met deel 46. Bewaar de onderdelen voor de kanonstalies goed, want deze heeft u pas bij de montagestappen in deel 49 en 50 nodig.
Zet de 12-ponders in elkaar, schilder ze of laat ze onbeschilderd.
Het middelgrote en het grote rooster passen in de corresponderende dekopeningen in het bovenste batterijdek, de beide kleine roosters worden achter de grote mast op de dekbeplanking vastgelijmd. De roosterelementen zijn uiterst breekbaar, ga daarom zeer voorzichtig te werk. Gebruik een nieuw mesje en fijn schuurpapier om de elementen te snijden en bewerken. De roosterelementen uiterst precies meten en afsnijden. Liever een keer te veel meten dan een keer te veel afsnijden!
Het middelgrote rooster – Snijd 20 elementen op maat. Snijd elk element bij de 11e inkeping af, zodat alle elementen tien inkepingen hebben. De afgesneden uiteinden worden later gladgeschuurd.
Zet de 20 elementen in elkaar, zodat ze een vierkant rooster vormen. De elementen zijn breekbaar, dus niet met geweld in elkaar drukken. Maak de inkepingen zonodig wat groter.
Bestrijk de onderkant van het rooster met verdunde houtlijm. Door het capillaire effect dringt de lijm in alle spleten. Nadat de lijm is gedroogd, schuurt u de uiteinden van de elementen met fijn schuurpapier glad. Ga zeer voorzichtig te werk, zodat de uiteinden niet afbreken.
Leg vervolgens een zijde van het rooster vlak op een stuk fijn schuurpapier en schuur het oppervlak glad. De geschuurde kant is de bovenzijde van het rooster.
Snijd een lat van 2 x 4 mm op een iets grotere lengte dan het rooster, om wat speling voor de latere bewerking te hebben. Lijm de lat vast aan een kant van het rooster. Het rooster moet hierbij ondersteboven liggen. Nadat de lijm droog is, schuurt u de lat gelijk met de zijkanten van het rooster. Tijdens dit omlijsten moet het rooster steeds ondersteboven op de ondergrond liggen, zodat de omlijsting en de bovenzijde van het rooster in een vlak liggen.
Snijd vervolgens vier latten van 2 x 4 mm en twee latten van 2 x 2 mm. Deze latten moeten ieder 56 mm lang zijn. Lijm twee van de latten van 2 x 4 mm aan het rooster, één aan iedere kant. Het rooster ligt hierbij ondersteboven op de ondergrond!
Nu pas het rooster met de bovenkant naar boven omdraaien. Lijm vervolgens aan weerszijden de latten van 2 x 2 mm aan de latten van 2 x 4 mm, in een vlak met de onderkanten van deze laatste. Met nog een lat van 2 x 4 mm aan iedere kant ontstaat een 2 mm goot, waarin later de paraat liggende kanonskogels worden geplaatst.
Schuur de uiteinden van de twee uitstekende goten. Deze moeten even lang zijn. Als afsluiting snijdt u twee latten van 2 x 4 mm af. Bevestig de ene aan de voorkant en de andere aan de achterkant van het rooster.
Het grote rooster – Snijd de volgende elementen op maat: 30 stuks met vijf inkepingen, 20 met zes inkepingen en 27 met tien inkepingen. Maak hiervan drie bredere en twee smallere roosters. Leg de twee bredere 10 x 6 roosters terzijde.
Stapel de drie 10 x 5 roosters op elkaar en schuur de kanten gelijktijdig voorzichtig af, zodat ze alle drie dezelfde afmetingen hebben. Vergeet ook niet de “bovenzijden” van de drie roosterdelen te schuren. Ze moeten 18 mm breed zijn. Met een digitale schuifmaat kunt u gemakkelijk een exact meetresultaat verkrijgen.
Snijd vier latten van 2 x 4 mm op de lengte van de roosters. Daarna de roosters met de bovenzijde naar beneden op de ondergrond leggen. Lijm twee latten aan een rooster en de andere twee aan de beide andere roosters vast. Nadat de lijm droog is, de roosterkanten schuren. Ga daarbij voorzichtig te werk, om de lengte niet te veranderen. Let er bij het aan elkaar lijmen van de drie roosterdelen op dat alle bovenzijden aan dezelfde kant liggen. Daartoe legt u alle drie roosterdelen op een vlakke ondergrond. Met een liniaal komen de roosters mooi recht te liggen ten opzichte van elkaar.
De bovenzijde ligt dus nu aan de onderkant. Snijd twee latten van 2 x 4 mm op een lengte van 88 mm en lijm deze aan weerszijden aan de lange kanten van het grote rooster.
Draai het grote rooster met de bovenkant naar boven en lijm een lat van 2 x 2 mm tegen de korte lat van 2 x 4 mm. Nadat de lijm is gedroogd, schuurt u alle kanten met schuurpapier glad. Daarna twee latten van 2 x 2 mm aanbrengen op de lange kanten. Ook hier na het drogen van de lijm de uiteinden gladschuren.
Bevestig aan alle drie kanten latten van 2 x 4 mm in de juiste lengte. Zo verkrijgt u ook hier de goot waarin de kanonskogels worden bewaard. De uiteinden van de nog open kant van het rooster worden nu glad geschuurd – ze moeten even lang zijn – en de open kant met een lat van 2 x 4 mm gesloten.
De kleine roosters – De twee 10 x 6 roosters worden telkens met vier latten van 2 x 4 mm “ingelijst”. U snijdt eerst in totaal de vier lange zijdelen. Deze kanten en de “bovenzijden” van de roosters schuren en vervolgens de lange zijdelen vastlijmen. Ook hier weer de uiteinden gladschuren en beide roosters met latten van 2 x 4 mm aan de nog open korte kanten voltooien.
Daarmee zijn de werkzaamheden van deel 48 afgesloten.
Deel 49 bevat twee 12-ponders en verdere onderdelen van de kanonstalies voor het bovenste batterijdek. En verder de bouwhandleiding voor de plaatsing van de roosters die u in deel 48 hebt geassembleerd. De kanonskogels van deel 43 en 46 worden ook benodigd.
Zet de 12-ponders in elkaar, schilder ze of laat ze onbeschilderd.
Het middelgrote en het grote rooster passen in de corresponderende dekopeningen in het bovenste batterijdek, de beide kleine roosters worden achter de grote mast op de dekbeplanking vastgelijmd. De roosterelementen zijn uiterst breekbaar, ga daarom zeer voorzichtig te werk. Gebruik een nieuw mesje en fijn schuurpapier om de elementen te snijden en bewerken. De roosterelementen uiterst precies meten en afsnijden. Liever een keer te veel meten dan een keer te veel afsnijden!
Het middelgrote rooster – Snijd 20 elementen op maat. Snijd elk element bij de 11e inkeping af, zodat alle elementen tien inkepingen hebben. De afgesneden uiteinden worden later gladgeschuurd.
Zet de 20 elementen in elkaar, zodat ze een vierkant rooster vormen. De elementen zijn breekbaar, dus niet met geweld in elkaar drukken. Maak de inkepingen zonodig wat groter.
Bestrijk de onderkant van het rooster met verdunde houtlijm. Door het capillaire effect dringt de lijm in alle spleten. Nadat de lijm is gedroogd, schuurt u de uiteinden van de elementen met fijn schuurpapier glad. Ga zeer voorzichtig te werk, zodat de uiteinden niet afbreken.
Leg vervolgens een zijde van het rooster vlak op een stuk fijn schuurpapier en schuur het oppervlak glad. De geschuurde kant is de bovenzijde van het rooster.
Snijd een lat van 2 x 4 mm op een iets grotere lengte dan het rooster, om wat speling voor de latere bewerking te hebben. Lijm de lat vast aan een kant van het rooster. Het rooster moet hierbij ondersteboven liggen. Nadat de lijm droog is, schuurt u de lat gelijk met de zijkanten van het rooster. Tijdens dit omlijsten moet het rooster steeds ondersteboven op de ondergrond liggen, zodat de omlijsting en de bovenzijde van het rooster in een vlak liggen.
Snijd vervolgens vier latten van 2 x 4 mm en twee latten van 2 x 2 mm. Deze latten moeten ieder 56 mm lang zijn. Lijm twee van de latten van 2 x 4 mm aan het rooster, één aan iedere kant. Het rooster ligt hierbij ondersteboven op de ondergrond!
Nu pas het rooster met de bovenkant naar boven omdraaien. Lijm vervolgens aan weerszijden de latten van 2 x 2 mm aan de latten van 2 x 4 mm, in een vlak met de onderkanten van deze laatste. Met nog een lat van 2 x 4 mm aan iedere kant ontstaat een 2 mm goot, waarin later de paraat liggende kanonskogels worden geplaatst.
Schuur de uiteinden van de twee uitstekende goten. Deze moeten even lang zijn. Als afsluiting snijdt u twee latten van 2 x 4 mm af. Bevestig de ene aan de voorkant en de andere aan de achterkant van het rooster.
Het grote rooster – Snijd de volgende elementen op maat: 30 stuks met vijf inkepingen, 20 met zes inkepingen en 27 met tien inkepingen. Maak hiervan drie bredere en twee smallere roosters. Leg de twee bredere 10 x 6 roosters terzijde.
Stapel de drie 10 x 5 roosters op elkaar en schuur de kanten gelijktijdig voorzichtig af, zodat ze alle drie dezelfde afmetingen hebben. Vergeet ook niet de “bovenzijden” van de drie roosterdelen te schuren. Ze moeten 18 mm breed zijn. Met een digitale schuifmaat kunt u gemakkelijk een exact meetresultaat verkrijgen.
Snijd vier latten van 2 x 4 mm op de lengte van de roosters. Daarna de roosters met de bovenzijde naar beneden op de ondergrond leggen. Lijm twee latten aan een rooster en de andere twee aan de beide andere roosters vast. Nadat de lijm droog is, de roosterkanten schuren. Ga daarbij voorzichtig te werk, om de lengte niet te veranderen. Let er bij het aan elkaar lijmen van de drie roosterdelen op dat alle bovenzijden aan dezelfde kant liggen. Daartoe legt u alle drie roosterdelen op een vlakke ondergrond. Met een liniaal komen de roosters mooi recht te liggen ten opzichte van elkaar.
De bovenzijde ligt dus nu aan de onderkant. Snijd twee latten van 2 x 4 mm op een lengte van 88 mm en lijm deze aan weerszijden aan de lange kanten van het grote rooster.
Draai het grote rooster met de bovenkant naar boven en lijm een lat van 2 x 2 mm tegen de korte lat van 2 x 4 mm. Nadat de lijm is gedroogd, schuurt u alle kanten met schuurpapier glad. Daarna twee latten van 2 x 2 mm aanbrengen op de lange kanten. Ook hier na het drogen van de lijm de uiteinden gladschuren.
Bevestig aan alle drie kanten latten van 2 x 4 mm in de juiste lengte. Zo verkrijgt u ook hier de goot waarin de kanonskogels worden bewaard. De uiteinden van de nog open kant van het rooster worden nu glad geschuurd – ze moeten even lang zijn – en de open kant met een lat van 2 x 4 mm gesloten.
De kleine roosters – De twee 10 x 6 roosters worden telkens met vier latten van 2 x 4 mm “ingelijst”. U snijdt eerst in totaal de vier lange zijdelen. Deze kanten en de “bovenzijden” van de roosters schuren en vervolgens de lange zijdelen vastlijmen. Ook hier weer de uiteinden gladschuren en beide roosters met latten van 2 x 4 mm aan de nog open korte kanten voltooien.
Daarmee zijn de werkzaamheden van deel 48 afgesloten.
Deel 49 bevat twee 12-ponders en verdere onderdelen van de kanonstalies voor het bovenste batterijdek. En verder de bouwhandleiding voor de plaatsing van de roosters die u in deel 48 hebt geassembleerd. De kanonskogels van deel 43 en 46 worden ook benodigd.
Het montagelogeboek HMS Victory 2 december 2013
Deel 47 bevat latten voor de binnenbeplanking van de verschansingen van het bovenste batterijdek. Bovendien ontvangt u houtonderdelen voor het maken van de betingen.
Binnenbekleding van de romp – Aan beide kanten van het model brengt u aan de binnenzijden van de romp tussen de spanten 16 en 21 een beplanking van dunne houten latten aan.
Na het beplanken moeten de oppervlakken zo glad mogelijk zijn en vrij van zichtbare lijmplekken. Schuur de verschansingen zonodig glad.
Voor de verschansing tussen spant 16 en spant 17 een lat van 1 x 5 mm op maat snijden. Snijd aan de bovenkant van de latten uitsparingen weg voor de geschutpoorten. De latten moeten tot aan de buitenkanten van de poortdrempels lopen. Ga verder met het beplanken tot aan de bovenkant van de verschansing. Daarna de tussenruimten tot aan spant 21 eveneens van houten latten voorzien. Zodra de lijmverbinding droog is, kunt u de bekleding met schuurpapier glad schuren.
Bij de beschilderde versie van het model worden de beplankte binnenzijden van de verschansingen okergeel geverfd. Dit moet u nu doen, omdat dit gedeelte later niet meer toegankelijk is, door de aanwezigheid van de kanonnen en het erboven aangebrachte halfdek. De bovenzijden van de dekknieën voor het volgende dek worden niet beschilderd.
Bij de onbeschilderde versie van het model kunt u de binnenzijde van de romp lazuren. Houd het dek vrij van lazuur, hier worden nog verdere details op bevestigd.
Alvorens te schilderen of lazuren plakt u het dek tussen de spanten 16 en 21 af met afplakband. Schilder of lazuur de binnenkanten van de verschansingen en ongeveer 15 mm van de langsbalken.
De betingen – Deze bestaan uit drie langwerpige houten delen, die na de assemblage een brede “H” vormen. In de twee staanders brengt u groeven en sleuven aan. Houd u aan de instructies en de maten van de bouwhandleiding. Het meten en markeren dient zeer precies te gebeuren, liever een keer te veel meten dan een keer te veel afsnijden!
Bij het beschilderde model worden de betingen zwart geschilderd. Wilt u uw model niet schilderen, dan kunt u een mooi effect creëren door ze te lazuren of te beitsen.
Tot zover deze week.
Deel 48 bevat twee 12-ponders en de onderdelen voor de kanonstalies op het bovenste batterijdek. Bovendien ontvangt u de bouwhandleiding voor het assembleren van de roosterelementen die u met deel 43, 46 en 47 hebt ontvangen.
Binnenbekleding van de romp – Aan beide kanten van het model brengt u aan de binnenzijden van de romp tussen de spanten 16 en 21 een beplanking van dunne houten latten aan.
Na het beplanken moeten de oppervlakken zo glad mogelijk zijn en vrij van zichtbare lijmplekken. Schuur de verschansingen zonodig glad.
Voor de verschansing tussen spant 16 en spant 17 een lat van 1 x 5 mm op maat snijden. Snijd aan de bovenkant van de latten uitsparingen weg voor de geschutpoorten. De latten moeten tot aan de buitenkanten van de poortdrempels lopen. Ga verder met het beplanken tot aan de bovenkant van de verschansing. Daarna de tussenruimten tot aan spant 21 eveneens van houten latten voorzien. Zodra de lijmverbinding droog is, kunt u de bekleding met schuurpapier glad schuren.
Bij de beschilderde versie van het model worden de beplankte binnenzijden van de verschansingen okergeel geverfd. Dit moet u nu doen, omdat dit gedeelte later niet meer toegankelijk is, door de aanwezigheid van de kanonnen en het erboven aangebrachte halfdek. De bovenzijden van de dekknieën voor het volgende dek worden niet beschilderd.
Bij de onbeschilderde versie van het model kunt u de binnenzijde van de romp lazuren. Houd het dek vrij van lazuur, hier worden nog verdere details op bevestigd.
Alvorens te schilderen of lazuren plakt u het dek tussen de spanten 16 en 21 af met afplakband. Schilder of lazuur de binnenkanten van de verschansingen en ongeveer 15 mm van de langsbalken.
De betingen – Deze bestaan uit drie langwerpige houten delen, die na de assemblage een brede “H” vormen. In de twee staanders brengt u groeven en sleuven aan. Houd u aan de instructies en de maten van de bouwhandleiding. Het meten en markeren dient zeer precies te gebeuren, liever een keer te veel meten dan een keer te veel afsnijden!
Bij het beschilderde model worden de betingen zwart geschilderd. Wilt u uw model niet schilderen, dan kunt u een mooi effect creëren door ze te lazuren of te beitsen.
Tot zover deze week.
Deel 48 bevat twee 12-ponders en de onderdelen voor de kanonstalies op het bovenste batterijdek. Bovendien ontvangt u de bouwhandleiding voor het assembleren van de roosterelementen die u met deel 43, 46 en 47 hebt ontvangen.
Het montagelogeboek HMS Victory 2 december 2013
Deel 45 bevat de dekbalken en de beplanking voor het bovenste batterijdek. Bovendien vindt u in deze aflevering de onderdelen van het roer (stuurwiel) van het model. U begint met de beplanking van het dek, die in deel 46 wordt voortgezet.
Inzetten van de dekbalken – Test of het rondhout van deel 41 (tijdelijke boegspriet) in het gat van de grote mast past. Misschien moet u het rondhout wat dunner vijlen. Is dat het geval, dan doe dit aan het uiteinde dat aan de kant al vlak is geschuurd. Het rondhout moet gemakkelijk tot in de sleuf in de interne kiel van het model kunnen worden geschoven. Test ook of het rondhout in het gat voor de fokkenmast past. Bewaar het rondhout goed, want bij het beplanken van het dek hebt u de tijdelijke mast weer nodig.
Meet met een passer de gewenste breedte van de dekbalk bij spant 13 op – ter hoogte van de onderste steunen (knieën) aan de binnenkant van het spant. Breng de maat over op een lat van 1 x 6 mm en snijd deze op maat. U legt de dekbalken op de onderste knie van spant 13. Is hij te lang, zit hij te strak en buigt hij naar boven of naar beneden? Is dit het geval, dan moet u hem wat korter maken. Als de dekbalk past, bevestigt u hem met houtlijm.
Herhaal deze stappen voor alle spanten – behalve spant 14 en 26. Hier zouden de dekbalken de masten in de weg staan. Hier worden alleen maar kleine stukjes balk van 10 mm lengte op de onderste knieën van deze spanten gelegd.
Bij de opengewerkte versie de uiteinden van de dekbalken van spant 18 en 19 aan stuurboord niet vastlijmen!
Beplanken van het bovenste batterijdek – Het beplanken gebeurt met latten van 1,5 x 5 mm. Ze blijven later grotendeels zichtbaar als het model af is, daarom moet zeer zorgvuldig worden gewerkt. De kopse kanten kunnen naar keuze door tekenen op de latten of door het aanbrengen van kortere latten worden weergegeven.
Markeer het midden van iedere dekbalk met behulp van een liniaal. De middellijn op het voorste schot helpt bij het positioneren.
Stel nu uw passer in op een breedte van 18 mm en teken een markering op iedere dekbalk, links van de middellijn.
Net als bij het kleine boegdek tekent u het breeuwsel met een zwarte watervaste stift. Dit doet u telkens alleen op één smalle kant van iedere lat. Let er bij het leggen van de beplanking op dat de zwarte kant steeds aan dezelfde kant ligt.
Opmerking – De kopse kanten en spijkerkoppen hoeven alleen in het gedeelte vóór de grote mast te worden weergegeven. Daar is het dek door de kuil zichtbaar. Achter de grote mast is het zicht op dit dek door het halfdek verborgen. Ter hoogte van spant 14, waar zich vanwege de fokmast geen dekbalk bevindt, kunt u wel kopse kanten op de beplanking van het dek tekenen.
Bij het beplanken de houtlijm alleen op de gedeelten van de latten aanbrengen die op de dekbalken liggen. Lijm de dekplanken niet onder elkaar vast, omdat u opwellende lijm later weg moet schuren, en dan zouden ook de getekende kopse kanten en spijkerkoppen beschadigd kunnen raken.
De eerste lat moet vanaf het voorste schot (12) tot aan spant 20 lopen, langs de getekende 18 mm-markering. De lat op het midden van de dekbalk op hoogte van spant 20 afsnijden en met houtlijm bevestigen.
Kortere planken worden voorgesteld, door ter hoogte van iedere derde dekbalk een kopse kant en spijkerkoppen te tekenen.
De tweede lat loopt naar achteren vanaf de eerste lat en eindigt op het midden van de dekbalk van spant 27. De volgende lat begint bij spant 15 en eindigt bij spant 22. Deze verloopt aan de kant van de eerste twee latten die het dichtst bij de scheepswand liggen. Naar wens kunt u kopse kanten tekenen, verspringend met één spant verschil ten opzichte van die van de vorige gang.
Sluit de opengebleven ruimte van het voorste schot (12) tot de dekbalk van spant 15 met een korte lat. De volgende lat sluit aan de lat van spant 22 aan en eindigt achter spant 27. Breng richting de scheepswand nog twee gangen aan, verspringend ten opzichte van elkaar.
Om de opening voor het voorste rooster te maken, moeten de volgende latten, gemeten vanaf het voorste schot, slechts 140 mm lang zijn. Snijd eerst twee latten op een lengte van 140 mm en breng ze aan op de balken aan de andere kant van de eerste lat, richting de fokkenmast. Ook hier kunt u desgewenst kopse kanten en spijkers op de latten tekenen. De volgende lat van 140 mm moet een uitsparing voor de fokkenmast hebben. Steek het tijdelijke rondhout in het gat voor de fokkenmast en pas de lat aan aan het rondhout met een ronde vijl. Het gat hoeft niet zo precies afgewerkt te worden, aangezien dit gedeelte later niet zichtbaar is.
Daarna de opening vóór de mast met een klein stukje lat sluiten. De achterkant van deze plank moet aan de ronding van de mast aangepast zijn. Dan de lat achter de mast aanbrengen. Ook deze lat eindigt op 140 mm afstand van het schot. De voorkant van de lat wordt ook aan de vorm van de mast aangepast.
Nu op de andere helft van het dek op dezelfde manier nog drie latten van 140 mm lang snijden en vastlijmen. De eerste van de drie latten wordt aan de ronding van de fokkenmast aangepast.
Snijd een lat op een lengte van 224 mm. Bovendien hebt u zeven stukjes lat met een lengte van elk 22 mm nodig. Deze vormen de dekbeplanking tussen het eerste en tweede rooster. Ook hier kunt u naar wens kopse kanten en spijkers op de planken tekenen.
Daarna een lat op een lengte van 300 mm snijden en een stuk restlat in lengterichting, zodat de totale lengte tot 303 mm wordt vergroot. Deze 303 mm zijn de lengte van het voorste schot tot de achterkant van de tweede opening voor het rooster. Daarachter wordt de beplanking van het dek verder naar achteren voortgezet.
Houd de lat van 224 mm tegen het voorste schot. Lijm achter deze lat één van de stukjes van 22 mm op de dekbalk. Teken er desgewenst kopse kanten en spijkerkoppen op.
Houd de lat van 303 mm tegen het voorste schot (12). Vanaf het achterste uiteinde reikt de volgende lat tot op spant 25.
Lijm nog zes latten op dezelfde manier vast. Het gat voor de grote mast wordt op dezelfde wijze gemaakt als dat van de fokkenmast.
Leg vervolgens vier gangen van het voorste schot naar achteren tot op spant 27, net als aan de andere zijde.
Daarna brengt u nog twee plankengangen aan. Deze moeten van helemaal vooraan tot aan het bovenste dek van de hekgalerij lopen. Breng ook aan de andere zijde van het model twee van zulke gangen aan.
De beplanking van het bovenste batterijdek wordt in deel 46 voortgezet.
Deel 46 bevat nog meer latten voor het beplanken van het bovenste batterijdek, verdere roosterdelen en kanonskogels. Bovendien ontvangt u langsbalken, die u nodig hebt voor de bevestiging van de losse schietbuizen in het voorste en achterste gedeelte van het bovenste batterijdek. Het deel van het bovenste batterijdek dat door de kuil zichtbaar is, wordt later met complete kanonnen uitgerust.
Inzetten van de dekbalken – Test of het rondhout van deel 41 (tijdelijke boegspriet) in het gat van de grote mast past. Misschien moet u het rondhout wat dunner vijlen. Is dat het geval, dan doe dit aan het uiteinde dat aan de kant al vlak is geschuurd. Het rondhout moet gemakkelijk tot in de sleuf in de interne kiel van het model kunnen worden geschoven. Test ook of het rondhout in het gat voor de fokkenmast past. Bewaar het rondhout goed, want bij het beplanken van het dek hebt u de tijdelijke mast weer nodig.
Meet met een passer de gewenste breedte van de dekbalk bij spant 13 op – ter hoogte van de onderste steunen (knieën) aan de binnenkant van het spant. Breng de maat over op een lat van 1 x 6 mm en snijd deze op maat. U legt de dekbalken op de onderste knie van spant 13. Is hij te lang, zit hij te strak en buigt hij naar boven of naar beneden? Is dit het geval, dan moet u hem wat korter maken. Als de dekbalk past, bevestigt u hem met houtlijm.
Herhaal deze stappen voor alle spanten – behalve spant 14 en 26. Hier zouden de dekbalken de masten in de weg staan. Hier worden alleen maar kleine stukjes balk van 10 mm lengte op de onderste knieën van deze spanten gelegd.
Bij de opengewerkte versie de uiteinden van de dekbalken van spant 18 en 19 aan stuurboord niet vastlijmen!
Beplanken van het bovenste batterijdek – Het beplanken gebeurt met latten van 1,5 x 5 mm. Ze blijven later grotendeels zichtbaar als het model af is, daarom moet zeer zorgvuldig worden gewerkt. De kopse kanten kunnen naar keuze door tekenen op de latten of door het aanbrengen van kortere latten worden weergegeven.
Markeer het midden van iedere dekbalk met behulp van een liniaal. De middellijn op het voorste schot helpt bij het positioneren.
Stel nu uw passer in op een breedte van 18 mm en teken een markering op iedere dekbalk, links van de middellijn.
Net als bij het kleine boegdek tekent u het breeuwsel met een zwarte watervaste stift. Dit doet u telkens alleen op één smalle kant van iedere lat. Let er bij het leggen van de beplanking op dat de zwarte kant steeds aan dezelfde kant ligt.
Opmerking – De kopse kanten en spijkerkoppen hoeven alleen in het gedeelte vóór de grote mast te worden weergegeven. Daar is het dek door de kuil zichtbaar. Achter de grote mast is het zicht op dit dek door het halfdek verborgen. Ter hoogte van spant 14, waar zich vanwege de fokmast geen dekbalk bevindt, kunt u wel kopse kanten op de beplanking van het dek tekenen.
Bij het beplanken de houtlijm alleen op de gedeelten van de latten aanbrengen die op de dekbalken liggen. Lijm de dekplanken niet onder elkaar vast, omdat u opwellende lijm later weg moet schuren, en dan zouden ook de getekende kopse kanten en spijkerkoppen beschadigd kunnen raken.
De eerste lat moet vanaf het voorste schot (12) tot aan spant 20 lopen, langs de getekende 18 mm-markering. De lat op het midden van de dekbalk op hoogte van spant 20 afsnijden en met houtlijm bevestigen.
Kortere planken worden voorgesteld, door ter hoogte van iedere derde dekbalk een kopse kant en spijkerkoppen te tekenen.
De tweede lat loopt naar achteren vanaf de eerste lat en eindigt op het midden van de dekbalk van spant 27. De volgende lat begint bij spant 15 en eindigt bij spant 22. Deze verloopt aan de kant van de eerste twee latten die het dichtst bij de scheepswand liggen. Naar wens kunt u kopse kanten tekenen, verspringend met één spant verschil ten opzichte van die van de vorige gang.
Sluit de opengebleven ruimte van het voorste schot (12) tot de dekbalk van spant 15 met een korte lat. De volgende lat sluit aan de lat van spant 22 aan en eindigt achter spant 27. Breng richting de scheepswand nog twee gangen aan, verspringend ten opzichte van elkaar.
Om de opening voor het voorste rooster te maken, moeten de volgende latten, gemeten vanaf het voorste schot, slechts 140 mm lang zijn. Snijd eerst twee latten op een lengte van 140 mm en breng ze aan op de balken aan de andere kant van de eerste lat, richting de fokkenmast. Ook hier kunt u desgewenst kopse kanten en spijkers op de latten tekenen. De volgende lat van 140 mm moet een uitsparing voor de fokkenmast hebben. Steek het tijdelijke rondhout in het gat voor de fokkenmast en pas de lat aan aan het rondhout met een ronde vijl. Het gat hoeft niet zo precies afgewerkt te worden, aangezien dit gedeelte later niet zichtbaar is.
Daarna de opening vóór de mast met een klein stukje lat sluiten. De achterkant van deze plank moet aan de ronding van de mast aangepast zijn. Dan de lat achter de mast aanbrengen. Ook deze lat eindigt op 140 mm afstand van het schot. De voorkant van de lat wordt ook aan de vorm van de mast aangepast.
Nu op de andere helft van het dek op dezelfde manier nog drie latten van 140 mm lang snijden en vastlijmen. De eerste van de drie latten wordt aan de ronding van de fokkenmast aangepast.
Snijd een lat op een lengte van 224 mm. Bovendien hebt u zeven stukjes lat met een lengte van elk 22 mm nodig. Deze vormen de dekbeplanking tussen het eerste en tweede rooster. Ook hier kunt u naar wens kopse kanten en spijkers op de planken tekenen.
Daarna een lat op een lengte van 300 mm snijden en een stuk restlat in lengterichting, zodat de totale lengte tot 303 mm wordt vergroot. Deze 303 mm zijn de lengte van het voorste schot tot de achterkant van de tweede opening voor het rooster. Daarachter wordt de beplanking van het dek verder naar achteren voortgezet.
Houd de lat van 224 mm tegen het voorste schot. Lijm achter deze lat één van de stukjes van 22 mm op de dekbalk. Teken er desgewenst kopse kanten en spijkerkoppen op.
Houd de lat van 303 mm tegen het voorste schot (12). Vanaf het achterste uiteinde reikt de volgende lat tot op spant 25.
Lijm nog zes latten op dezelfde manier vast. Het gat voor de grote mast wordt op dezelfde wijze gemaakt als dat van de fokkenmast.
Leg vervolgens vier gangen van het voorste schot naar achteren tot op spant 27, net als aan de andere zijde.
Daarna brengt u nog twee plankengangen aan. Deze moeten van helemaal vooraan tot aan het bovenste dek van de hekgalerij lopen. Breng ook aan de andere zijde van het model twee van zulke gangen aan.
De beplanking van het bovenste batterijdek wordt in deel 46 voortgezet.
Deel 46 bevat nog meer latten voor het beplanken van het bovenste batterijdek, verdere roosterdelen en kanonskogels. Bovendien ontvangt u langsbalken, die u nodig hebt voor de bevestiging van de losse schietbuizen in het voorste en achterste gedeelte van het bovenste batterijdek. Het deel van het bovenste batterijdek dat door de kuil zichtbaar is, wordt later met complete kanonnen uitgerust.
Abonneren op:
Posts (Atom)

































.jpg)




















